Er wordt veel gesproken over de kloof tussen burger en bestuur. En niet ten onrechte. 'De politiek doet maar wat zij zelf wil' is een veelgehoorde klacht. Een klacht die wordt versterkt als college of raad beslissingen nemen die op straat niet zijn uit te leggen. Soms lijken politiek gewin of het voorkomen van gezichtverlies belangrijker dan de dingen te doen die goed zijn voor de stad.
Er zullen tijdens de collegeonderhandelingen minder zaken dichtgetimmerd of uitgeruild moeten worden. Te vaak is het nu zo dat afspraken tussen grote politieke partijen zo wurgend zijn, dat er niet meer besloten wordt op basis van rede en argumenten, maar van eerder gemaakte bindende afspraken. De voorgenomen sloop van de Zwarte Madonna is hiervan een voorbeeld. Alleen voor de show wordt er dan nog wat twijfel geëtaleerd, ofschoon de uitslag in de wandelgangen al lang vast staat. Een treffend voorbeeld hiervan is ook de discussie rond de gebruikersruimte aan het Van der Vennepark. Partijen moeten zich eens vaker realiseren dat de burger niet dom is!
Openheid en openbaarheid
Om dit gedrag te doorbreken en er voor te zorgen dat partijen erop aan te spreken zijn zullen de collegeafspraken openbaar gemaakt moeten worden. Verborgen agenda's die gedurende een raadsperiode aan het licht komen, kunnen dan aan de kaak gesteld worden. Drie keer fout is uit! Wat de SP betreft kunnen collegepartijen dan hun jas aantrekken en verdwijnen of op zijn minst de verantwoordelijk wethouder ontheffen uit zijn functie.
De collegevergaderingen zijn in principe openbaar, tenzij het gaat over bij wet bepaalde verplichtingen en over zaken als (grond-) transacties waarbij de financiële positie van de gemeente in het geding is. Iedere week wordt er aan het presidium (afgevaardigden vanuit de raad) een met redenen omkleed, lijstje voorgelegd welke onderwerpen niet anders dan in beslotenheid behandeld moeten worden. Het credo van het nieuwe college mag niet langer zijn: we vertrouwen de burger niet, dus zoveel mogelijk geheim houden. Notulen van besloten vergaderingen moeten zo snel mogelijk openbaar gemaakt worden.
Inspraak en overleg
Er moet meer ruimte zijn voor inspraak en overleg met de burger. Maar er moet wel echt geluisterd worden: inspraakprocedures mogen niet misbruikt worden om plannen door te drukken. Burgerinitiatieven zullen welwillender bezien moeten worden. Bij grote vraagstukken mag er best gebruik gemaakt worden van enquêtetechnieken. Niet via een oproepje in een krant, maar door gericht aanschrijven en nabellen van de betrokkenen! Ook zullen burgers gerichter uitgenodigd moeten worden voor wijkinspraakavonden. Nu worden burgers vaak te laat ge&iulm;nformeerd, met alle gevolgen van dien. Ook de manier waarop de gemeente de burger informeert, moet tegen het licht gehouden worden. Het valt toch niet uit te leggen dat de respons hoger is als een politieke partij als de SP een wijkenquête houdt, is, dan wanneer de gemeente dit doet? Ook de jongerenraad moet opnieuw geactiveerd worden.
De gemeente heeft iedere week commissievergaderingen en éénmaal per drie weken een raadsvergadering. Vaak is de tribune vrijwel leeg. Bij grote onderwerpen, zoals bijvoorbeeld bij de discussie rond de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Clingendael, is de tribune ineens overvol. Toch is er nog steeds een beperkte inspreektijd tijdens de afrondende raadsvergadering van dertig minuten. Ongeacht het aantal insprekers... Wij stellen voor dat bij veel insprekers op te trekken naar maximaal één uur. De volksvertegenwoordigers zitten er voor het volk en dan mag er ook best weleens geluisterd worden!
Aandacht voor bewonersorganisaties
Bewonersorganisaties dienen niet de bepalende partij te zijn bij grootschalige herstructureringsprojecten. Zij hebben in principe de taak de bewoners te begeleiden en te faciliteren, zij moeten hiertoe wel in staat gesteld worden. Bewonersorganisaties zijn verenigingen (en geen stichtingen) waarvan automatisch alle bewoners uit het betreffende gebied lid zijn. Zij moeten jaarlijks directe bestuursverkiezingen organiseren en tenminste vier maal per jaar een wijkkrant uitgeven. Mocht een bewonersorganisatie geen democratische legitimatie hebben, dan verliest zij haar recht op subsidie. De stadsdeelcommissie kiest vervolgens uit haar midden een werkgroep, om een nieuwe bewonersorganisatie mogelijk te maken. Problemen van bewonersorganisaties met het college van B&W dienen in een commissievergadering besproken te worden. En niet zoals nu met een beperkte afvaardiging van zo'n organisatie in het achterkamertje van een (stadsdeel)wethouder.
Actieve informatieplicht
Gemeentelijke informatie dient zoveel mogelijk actief openbaar te worden gemaakt. Documenten moeten daartoe vaker te raadplegen zijn via internet, op stadsdeelkantoren, in wijkcentra en bij bewonersorganisaties en bibliotheken. Te bespreken stukken dienen vaker actief aan bewoners toegezonden te worden. Te vaak wordt de klacht gehoord dat mensen niet geïnformeerd zijn als er over iets wordt gesproken. Terwijl zij wel als belanghebbende bekend zijn.
Heldere informatie, tijdig antwoord
Er moet een duidelijke folder komen over het reilen en zeilen binnen raad en college. Hierin wordt bijvoorbeeld uitgelegd wat een raadsvoorstel is en hoe je bezwaar kunt maken. Hoe je kunt inspreken en hoe er meegepraat en meebesloten kan worden. Ook moet tevoren duidelijk uitgelegd worden wat het verschil is tussen een informatie- of voorlichtingsavond en een inspraakavond. Het moet volstrekt duidelijk zijn waarover een burger wanneer zijn inspraak kan doen. Er moet een makkelijk toegankelijke lijst zijn welke wethouder waar voor verantwoordelijk is. Te vaak belanden brieven van burgers op het verkeerde adres. Het moet duidelijk zijn aan wie je waarover een brief kunt schrijven.
Brieven en klachten van burgers dienen sneller en zorgvuldiger en binnen de gestelde termijn beantwoord te worden. De interne beantwoordingsprocedures bij de gemeente werken termijnoverschrijdingen in de hand. Als een burger te laat is met zijn bezwaar wordt het niet ontvankelijk verklaard, maar er volgt niet eens een excuus als B&W de wettelijke reactietermijn van bijvoorbeeld de Wet openbaarheid van bestuur overschrijden. De gemeente geeft de ombudsman het recht om gemeentelijke dossiers in te zien om -zo hij dit nodig oordeelt- na te gaan of informatieverzoeken van burgers wel volledig zijn gehonoreerd.
De Stadskrant en de Posthoorn dienen bij ieder Haags huishouden in de bus te kunnen komen. Milieubewuste burgers met een antireclamesticker wordt nu gemeente-informatie onthouden. Bij belangrijke besluiten dient de gemeente actiever te informeren. Voor blinden en slechtzienden dienen aangepaste informatiemiddelen beschikbaar te komen. Ook de gemeentelijke website dient toegankelijker te worden voor mensen met een visuele handicap, de landelijke SP-site (www.sp.nl) kan wat dat betreft als voorbeeld dienen. En tot slot dient er een onderzoek te komen naar de mate waarin inspraak werkelijk invloed heeft uitgeoefend op de besluitvorming.