Werk is belangrijk voor zowel economische zelfstandigheid als voor integratie. Maar voor wie niet kan werken en voor wie buiten zijn schuld werkloos is moet er een ruimhartig vangnet zijn. De sociale zekerheid is weliswaar hoofdzakelijk een kwestie van landelijk beleid, maar de gemeente heeft daarin ook een belangrijke taak.
Water en brood
De Wet werk en bijstand, of eigenlijk de Wet water en brood, is in werking getreden en inmiddels worden daar de wrange vruchten van geplukt. Mensen met een gesubsidieerde baan worden massaal ontslagen en de bijstand wordt steeds verder uitgekleed.
De ID- en WIW-banen hebben nieuwe Haagse namen gekregen: ooievaars- en opstapbanen. Ze zijn nog steeds gesubsidieerd, maar meestal nog maar voor twee jaar. Daarna bestaat er geen enkele baangarantie. Veel organisaties zullen na die twee jaar maar al te graag in zee gaan met een nieuwe lichting goedkope arbeidskrachten. Veel mensen zullen daar het slachtoffer van worden en verder worden afgeknepen of vervallen tot (gedwongen) vrijwilligerswerk. De SP wil een studie- of baangarantie voor deze groep danwel een gegarandeerde doorstroom naar een reguliere, normaal betaalde baan. Van de 'oude' ID-banen zijn er in de nieuwe regeling bovendien teveel ingezet in veiligheid en onderhoud. De SP streeft naar een verschuiving van deze banen naar onderwijs en cultuur.
De Wet werk en bijstand legt het accent op werk, dit heet 'de kortste weg naar arbeidsparticipatie'. Dat klinkt mooi, maar in de praktijk levert dat maar weinig op. Veel begrippen uit de oude wet zijn met harde hand verwijderd. Het begrip 'passende arbeid' is verdwenen. Voortaan is elke baan voor iedereen geschikt. Deeltijdwerk en werken met behoud van uitkering kunnen verplicht gesteld worden. Het lokale minimabeleid is volledig afgeschaft en ook werklozen van 57,5 jaar en ouder, gehandicapten, chronisch zieken en alleenstaande ouders met kleine kinderen moeten solliciteren. De SP heeft al meerdere voorstellen bij de raad ingediend met het verzoek ruimhartig om te gaan met vrijstelling van sollicitatieplicht voor deze groepen. De gemeente heeft deze mogelijkheid in de Wet werk en bijstand. Zo kunnen cliënten van de sociale dienst die een zorgplicht hebben (tijdelijk) vrijgesteld worden van de sollicitatieplicht.
Het verstrekken van witgoed (zoals een koelkast of wasautomaat) maakt nog steeds deel uit van de bijzondere bijstand. Helaas is dit geen schenking meer, maar een renteloze lening. Om voor andere (nood-) zaken in aanmerking te komen moet je wel heel bijzonder zijn. De SP wil een systeem van bijzondere bijstand dat ruimhartig en eerlijk kijkt naar de bijzondere noden van de inwoners. De witgoedregeling wordt opnieuw een schenking.
Voedselbanken
In een jaar tijds is het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een voedselpakket verviervoudigd. Voor 2006 en verder wordt nog eens een verdubbeling verwacht. De Wet werk en bijstand zou een fatsoenlijk bestaansminimum moeten garanderen, maar daarvan is bepaald geen sprake. Niet voor niets spraken we eerder al van een 'Wet water en brood'. Inmiddels lijkt het meer op een 'Wet water en bedelstaf'.
Het zijn niet alleen meer mensen met een bijstandsuitkering die aankloppen bij voedselbanken. Ook steeds meer andere mensen met lage inkomens, zoals AOW-gerechtigden of gezinnen in de schuldsanering doen hier noodgedwongen een beroep op. Zo lang het rijk zijn ogen sluit voor deze ontwikkelingen en niet substantieel bijdraagt aan de verbetering van de koopkracht van de lagere inkomensgroepen zal de gemeente haar verantwoordelijkheid moeten nemen en voedselbanken moeten faciliteren, bijvoorbeeld door ruimte voor opslag en ditributie van voedsel gratis ter beschikking te stellen.
Wet maatschappelijk ondersteuning
De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) moet de Tweede en Eerste Kamer nog passeren, maar als de tekst blijft zoals die is, zijn veel gevolgen nu al duidelijk. De WMO lijkt in op de eerder ingevoerde Wet voorziening gehandicapten (WVG), die ook gepaard ging met forse bezuinigingen. Dit leidde tot drie belangrijke effecten: meer ingewikkelde regelgeving en meer bureaucratie, groeiende verschillen door de decentralisatie en een forse verlaging van het voorzieningenniveau. Een zelfde ontwikkeling wortdt verwacht bij de invoering van de WMO.
De nieuwe wet omvat de oude WVG, de huishoudelijke en persoonlijke verzorging (thuiszorg), ondersteunende en activerende begeleiding en diensten bij wonen met zorg- en welzijnsgerelateerde hulpmiddelen. Uitgangspunt van de WMO is kostenbesparing in plaats van de behoefte van mensen. Die besparingen denkt de staatssecretaris onder andere te realiseren door de thuiszorg zo goed als af te schaffen.
Door verdergaande decentralisatie wordt het recht op voorzieningen, voorheen af te dwingen via de Algemene wet bijzonder ziektekosten (AWBZ), onder de nieuwe wet een wassen neus. De lokale beleidsvrijheid is immers zo groot dat cliënten en belangenorganisaties nauwelijks in staat zullen zijn om adequate zorg en voorzieningen af te dwingen. Bovendien worden er door de rijksoverheid geen prestatie-eisen gesteld aan de gemeenten.
In de wandelgangen wordt inmiddels ook al gesproken over een eigen bijdrage, terwijl in de wet niet is vastgesteld dat de opbrengsten daarvan besteed moeten gaan worden aan WMO gerelateerde voorzieningen! Het kan toch niet zo zijn dat die eigen bijdrage misbruikt gaat worden voor het aanschaffen van lantaarnpalen of voor het opknappen van het stadhuis? Bovendien is het nog onduidelijk of de eigen bijdrage gaat gelden voor iedere afzonderlijke voorziening of dat het een één-loketbijdrage gaat worden. Wel is inmiddels duidelijk dat er een maximalisering naar inkomen zal gaan komen. Voor wie de eigen bijdrage in de zorg en de verhoging van de premies van de nieuwe zorgwet al nauwelijks te betalen is, is dat een schrale troost.
Het uitgangspunt voor de nieuwe wet zou niet het kostenaspect, maar het belang van de cliënt moeten zijn. De SP zal de discussie in de gemeenteraad nauwlettend volgen en geeft nu al aan met vele aanpassingen en wijzigingsvoorstellen te komen. Wat ons betreft wordt als eerste door de gemeente duidelijk vastgelegd, dat het geld bijeengebracht door eigen bijdragen, terug zal vloeien in de WMO.
Daklozen onder dak
Voor de meeste mensen zijn de ontberingen van daklozen duidelijk zichtbaar, maar tot sommige fracties in de gemeenteraad dringt dat inzicht maar langzaam door. Twee keer per jaar een ontbijtje met de wethouder en de media is natuurlijk bij lange na niet genoeg. In de internationale stad van recht en vrede, is er voor de noden van expats van de internationale instituten alle aandacht, maar de onderkant van de samenleving vormt nog altijd het sluitstuk van de begroting.
De gemeente moet vooral inzetten op het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Iedereen heeft een recht op wonen. Er worden afspraken met de woningcorporaties gemaakt: bij huurschuld wordt iemand niet onmiddellijk uit zijn of haar huis gezet, maar wordt eerst geprobeerd door een lening van de bijzondere bijstand het probleem aan te pakken. Om afsluiting te voorkomen geldt hetzelfde voor schulden bij energie- en waterbedrijven. Mensen met schulden worden snel door de schuldhulpverlening geholpen om erger te voorkomen. Dit is socialer en goedkoper voor de Haagse gemeenschap dan een huisuitzetting, opvang en een start in een nieuw huis.
Dakloosheid is naar mening van de SP binnen twee jaar op te lossen, al is dat vooral een zaak van van landelijk beleid. Er moeten voldoende en geschikte plaatsen in de opvang zijn zodat niemand gedwongen is de nacht op straat door te brengen. Het zou Den Haag sieren als de gemeente het aan zouden durven een zorgplicht voor daklozen aan te gaan. Meer dan al het geval is zal het daklozenteam mensen actief moeten benaderen en helpen. Verwijzen naar een loket is voor deze groep volstrekt onvoldoende.
Wie dakloos is moet zo snel mogelijk op weg worden geholpen naar een veilig en menswaardig bestaan. Met name in de geestelijke gezondheidszorg en in de jeugdzorg moeten wachtlijsten worden aangepakt. De daklozenteams moeten in geval van nood plaatsen kunnen opeisen. Niemand wordt ontslagen uit jeugdzorg, detentie of een psychiatrisch ziekenhuis zonder opvang en begeleiding. Er moeten meer, al dan niet begeleide woonplekken komen. Mensen moeten 24 uur per dag terecht kunnen in een laagdrempelige eerste opvang. Zij moeten daar kunnen blijven totdat zij kunnen doorstromen, liefst zo snel mogelijk. Voor drugsverslaafde daklozen kan tijdelijke verstrekking van drugs op medische gronden in bepaalde gevallen geboden zijn. Maar dat geldt niet automatisch voor alle verslaafden en evenmin voor alle soorten drugs.
Al jaren pleit de SP voor opvang voor langdurig dakloze verslaafden. Velen van hen zijn na twintig jaar of meer verslaving en leven op straat lichamelijk volledig versleten. De maatschappelijke opvang moet zich veel meer richten op resocialisatie. De sociale dienst moet meewerken aan een financieel gezonde start. Bijvoorbeeld door middel van schuldsanering of een startsubsidie. Zoveel mogelijk moet worden voorkomen dat jongeren gaan zwerven. Alle zwerfjongeren moeten terecht kunnen in een specifiek op deze groep gerichte 24-uurs opvang.